de goede daad

Iets ‘voor iemand’ doen. Kunnen we daar de engheid van voelen? Voor de zingeving van een stuk van mijn leven een ander inschakelen. Dat stuk leven kan niet op eigen kracht overeind blijven. Het is niet iets substantiëels, iets echt beleefbaars, nee: de denkende interpretatie als daad voor iemand moet er de zin aan geven. Ik zie het geheel, het wonder niet omdat ik me tot denker versmald heb. Hoe minder ik van dit stuk leven geniet, des te groter de morele verdienste. Laat ik vooral niet laten merken dat ik het leuk vind, of dat ik zonder deze ‘taak’ met mijn tijd geen raad zou hebben geweten.

Tijd. Voor de mens die iets ‘voor iemand’ doet is er tijd, die ook aan iets anders besteed had kunnen worden. Voor de belevende mens valt er niets te ‘besteden’. De self-supporting handeling is tijdloos, als er iets ‘af’ komt is dit geen onderbreking van de stroom, waarin we spanningvrij zijn opgenomen. De goede daad schept verleden, als verdienste, en toekomst in de vorm van rechten, claims, verwachtingen.

De goede daad schept ook identiteit. Voor de geldige, de compleet beleefde daad is geen identiteit nodig, geen herinnering aan watikdaarnet deed, er is geen tenaamstelling van tegoeden. Ook wordt het kind waarvoor we zorgen zolang we geen identiteit als verzorger opeisen niet onze schuldenaar, we hebben niets van hem te vorderen. We mogen niemand blijven, dat betekent: vrij van de angst om tekort te komen, vrij van wraakzucht bij tegenspoed, vrij van frustratie bij lijden. Doe nooit iets ‘voor iemand’, interpreteer je handelen niet zo. Je doet iets omdat je het blijkbaar niet kunt laten. Helderheid daarover bespaart je zoveel ellende. Kweek met je handelen geen omgekochte godheid die jou verwennen zal.

Is dit een pleidooi voor egoïsme? Integendeel. Ook iets ‘voor jezelf’ doen kweekt identiteit, verleden en toekomst en haalt het merg uit je leven. Dit is ook geen moralistisch betoog. Het is natuurkunde, voor iedereen te controleren. Egocentriciteit is ook niet verkeerd. Het is pijnlijk en maakt het leven ten diepste zinloos, ook al heeft de persoon zelf dit meestal niet in de gaten. Toch is de behoefte om zo’n pijnlijke kwaal verkeerd te noemen zelf een uitvloeisel van… egocentriciteit. Ik, ik, ik wijs het af. Wat mooi van mij.

Leef niet boven je stand. Zeg: “Het klinkt wel aardig, wat je zegt, maar het is in de praktijk niet uitvoerbaar. Ik ben veel te geprogrammeerd.” Je hoeft niets in de praktijk te brengen. Wat je ervan ziet, werkt automatisch.

Doe nooit een goede daad. Doe een hartelijke daad, maar alleen als je hartelijk bent, zodat het geen moeite kost. De hartelijkste daad die mogelijk is wanneer je niet hartelijk bent is: zonder veroordeling merken dat je niet hartelijk bent. Dat is eigenlijk al hartelijkheid: je blijkt te weten wat het is en dat je jezelf er niet toe kunt dwingen.

Een hartelijke daad, waarom zou je die geen goede daad mogen noemen? Omdat dat schade aanricht. Je kweekt er IK mee, aanspraken op beloning. Een hartelijke daad goed noemen is   onnodig want het doen ervan is heerlijk en gaat vanzelf. Het is ook gevaarlijk omdat er een aansporing in schuilt om   hartelijk te doen als je het niet bent.

Een goede daad is afhankelijk van een bedacht waardensysteem. Voor een heksenjager was het goed om een onschuldig oud vrouwtje op de brandstapel te zetten. Voor een antisemiet is het goed, een jood te vermoorden. Voor een zendeling is het goed om een inboorling met zijn gekte te besmetten. Voor een wapenhandelaar is het goed, een zo lullig mogelijke landmijn te leveren die mensen de poten van het lijf rukt. ‘Goed’ is bijna altijd verdacht, een uitnodiging tot gevoelsvervalsing, tot beter proberen te zijn dan anderen, tot verzamelen van een moreel saldo. Het woord ‘goed’ heeft misschien wel meer schade aangericht dan alle andere woorden bij elkaar. Zelfs een handeling ‘hartelijk’ noemen is schadelijk. Waarom moet dat vastgesteld worden? Hier zit het idee achter dat hartelijkheid goed is. Met alle ellende van dien.