kinderen

“Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen”
Matteüs 18:4

Je beschreef in de inleiding over het ego dat de doorsnee opvoeding er op gericht is de Ik-vorming te bevorderen. Kun je dat uitleggen?
Een kind staat de eerste jaren van zijn leven nog in direct contact met de werkelijkheid en reageert op de situatie als geheel en niet alleen op gedachten. En als je daar gevoel voor krijgt, voor dat verschil tussen die twee manieren van reageren dan word je vanzelf zuinig met de gevoeligheid van het kind. Je moet dat zo lang mogelijk intact houden.

Is dat je taak als opvoeder?
Ja. Ja, het enige wat die kinderen nodig hebben is écht gevoel, confrontatie met échte liefde. Niet synthetisch, niet aan voorwaarden gebonden, niet uit het verstand afkomstige liefde. Liefde is een ander woord voor niet via het denken beleefde werkelijkheid.

Wat probeer jij jouw kinderen bij te brengen?
Dat ze echt bestaan, dat ze een authentiek leven kunnen hebben, dat ze zich niet aan alle regels hoeven te houden, dat er zoiets als de zin van het leven bestaat, dat het geen onzin is om daarnaar te vragen, ook als je dat aan het verstand niet kan uitleggen.

Een mens z’n tenen beslissen of z’n leven zinvol is en z’n hele lijf en niet z’n denken. En dat hoef je kinderen niet uit te leggen, je moet het voordoen. Je moet zelf die warmte uitstralen die je van die kinderen ook krijgt. Echte liefde bestaat en hij is verdomde zeldzaam. En hij is belangrijker dan alle andere dingen.

En kinderen hebben het, zeg je?
Ja. Gedurende de eerste, zeg twee, drie jaar is het in ruime mate aanwezig als ze niet te veel pech hebben. En ja, dan begint die programmering. Dan gaan ze ook werkelijk het woord ‘ik’ gebruiken. Dan reageren ze steeds minder op de situatie, maar op hoe zij die situatie subjectief ervaren, wat hun interpretatie ervan betekent voor hoe zij zijn. En door als volwassene allerlei redenen aan te voeren, of excuses of voorschriften, maak je dat het kind in de denkwereld terecht komt.

Want opvoeden is gebaseerd op goed en verkeerd? De verdrijving uit het paradijs door de kennis van goed en kwaad?
Heel sterk, ja. Dit mag wel en dat mag niet. Dit is goed, dat minder juist. De werkelijkheid gaat dan op een bos lijken waar aan iedere boom een prijskaartje hangt. Terwijl als je even de werkelijkheid kan laten beslissen, dus wat je ook doet met kleding, dat je zegt: “Nou ja, dan trek je maar geen jas aan, maar dan krijg je het koud.” Dat is oneindig veel didactisch beter dan: “Ik wil dat jij dat doet en je moet leren gehoorzamen.”

Waarom is dat beter?
Omdat het kind dan in die brede, menselijk waardevolle staat kan blijven, niet zo’n zielig hersenschimmetje wordt als de volwassene. We zijn zo griezelig gehoorzaam.

En vertellen hoe fantastisch zij iets doet?
Als dat enthousiasme gedragen wordt door een níet beoordelende liefde, als dat kind zich voortdurend in contact met je voelt, ongeacht of ie presteert of niet, dan kan het niet zoveel kwaad. Maar ja, het is toch een soort automatische gewoonte bij volwassenen, je kunt het gewoon niet laten om overal een wedstrijd van te maken.

Een vriend zei gisteren tegen mij: “Misschien kunnen de kinderen met elkaar viool spelen, want dan gaan ze met elkaar concurreren en dan pept dat het enthousiasme nog meer op.” En toen zei ik: “Ja maar dat is niet het goeie soort enthousiasme misschien.” En toen zei hij: “O ja, ik zie wat je bedoelt.”

Opvoeding is toch ook bedoeld om kinderen bij te brengen wat hoort en wat niet?
Kinderen staan bekend als fatsoensrakkers. Die weten veel te goed hoe alles hoort en niet hoort. Ze leren het zichzelf aan en anders horen ze het wel van leeftijdgenootjes. Dat is helemaal geen opvoeden, dat is vooroordelen bijbrengen. Dingen die meestal helemaal niet nodig zijn.

Ik word daar niet goed van: een kind krijgt een stukje worst bij de slager en onmiddellijk roept de moeder “wat zeg je dan?” en dan moeten ze “dank je” zeggen. Daar zie ik geen enkel heil in. Geen enkel. Kinderen laten zich zó makkelijk in een keurslijf dwingen. Laten ze maar een beetje stout blijven en een beetje niet zo goed weten hoe het hoort.

Waarom is dat zo? Wat bedoel je daarmee?
Dat netheid een hele enge drijfveer is voor mensen. ‘Net willen zijn’, ‘in de pas lopen’ is toch uiteindelijk het ideaal van een Hitler-leger, de paradepas. Die netheid veronderstelt eigenlijk al dat je de échte belangrijke waarden waar Virginia Woolf of Van Gogh voor staan, dat je die niet kent. Anders ga je niet over zoveel onbenulligheden zoveel drukte maken. Je maakt kinderen kleinzielig door ze netjes te maken.