1

Het ware is niet wat men kunnen kan.
Het woord noemt niet het ware, maar het weetbare.
Naamloos zijn we deel van het eeuwige,
het woord creëert apartheid.

Zonder begeerte zien we het wonder.
Zodra we begeren begint de kleinheid.

Het geheel en het aparte zijn verstrengeld,
maar het woord scheidt hen.

Steeds radicaler niet-weten
is de toegang tot het levensmysterie.

Projector

Het ‘ik’ zit niet in ons hoofd, evenmin als het filmbeeld in de projector zit.

Zorgen

Er is maar een manier van geen zorgen hebben: ze niet maken.

De werkelijkheid geeft altijd ruime gelegenheid tot ideeënvorming. We hebben recht op X omdat A ook X heeft, we gisteren ook X hadden, iemand ons X beloofd heeft, ik de vader of moeder van X ben, ik voor X betaald heb, ik diep ongelukkig word als ik X niet heb, iedereen vindt dat ik recht op X heb. Desondanks hebben we X blijkbaar niet, anders hadden we zulke gedachten niet nodig.

Frustratie: ons leven gaat ongeleefd voorbij.

Met jezelf leven

In de eenzaamheid van deze autonomie als levend wezen begint je te dagen hoe noodzakelijk het is om met jezelf te leven, met jezelf zoals je bent, niet zoals je meent te moeten zijn of zoals je vroeger was.

Kun je zonder angst naar jezelf kijken, zonder valse bescheidenheid, zonder enige rechtvaardiging of veroordeling – gewoon met jezelf leven zoals je werkelijk bent?

Waarschuwing

Op de bankbiljetten drukken: excessief rijk zijn kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid.

Kritiek

Alle – of bijna alle – kritiek is zelfverheerlijking: de macht en de pret van oordelen. Waar is een oordeel voor nodig? Ik kan in actie komen zonder oordeel. Wat ik zie in de werkelijkheid kan tot handelen leiden zonder dat het verbaal geworden is, zonder dat er een ‘moeten’ is bedacht, die innerlijke dwang die met zelfprofilering samengaat, en die de handeling als leven-op-aarde ongeldig maakt. Het doel, het moeten, ontheiligt de handeling tot middel.

Ruilen

Het leven valt me soms ontzettend zwaar. Niet te tillen. Wie dat toegeeft, stelt het kostbaarste wat hij heeft, zijn benijdenswaardigheid, in de waagschaal. Is de waarde van het ik, mijn waarde, niet gelijk aan de verkoopbaarheid van mijn leven? Een zwaartillend leven raak ik aan de straatstenen niet kwijt.

Maar ik bedoelde het zo-even niet vergelijkend. Ik wil met niemand ruilen. O, o. Is dat wel waar? Hoe kan ik dat beoordelen? Ben ik toevallig toch het beste af van alle mensen? Moet ik dat geloven? En wat zou dat inhouden: ‘met iemand ruilen’? Wat neem ik over? Zijn huis, zijn vrouw, zijn ideeën, zijn uiterlijk? Alles? Wat is er dan ‘geruild’? Pas als ik iets uit mijn oude leven mee mag nemen, verandert er iets. Maar dan is het zijn leven niet meer, dat ik leef en beoordeel, maar mijn leven (met mijn ideeën) in zijn omstandigheden (huis, vrouw, werk). Dus iets totaal anders.

Dus laat ik niet meer zeggen: ‘Ik wil met niemand ruilen’. Het betekent niets. En omdat dit zo’n prachtig soort inzicht is, typisch Henk, wil ik met niemand ruilen.

Een eigenschap waar we vanaf proberen te komen

Waarom wordt een eigenschap waar men vanaf probeert te komen erger?

De eigenschap waar we zo de pest aan hebben is onderdeel van het denk-zelf, van wat we menen te moeten zijn. De redenen die we voor dit denk-zelf hebben, zijn grotendeels diep onbewust – daardoor menen we van bepaalde onderdelen ervan af te kunnen willen.

Onze zuinigheid bijvoorbeeld berust op diepe angsten. Wanneer we nu wat royaler proberen te worden, is dat altijd weer een nieuwe pose, een onderschatting van onze noodzaak om zo te zin als we blijken te zijn. Het nieuwe gedrag is nog veel oppervlakkiger geworteld dat het oude, nog veel hypocrieter. We geloven er nog minder in, moeten ons veel meer geweld aandoen om het waar te maken. Door deze uiterlijke komedie wordt de eronder liggende zuinigheid extra waar en onaantastbaar, zodat echtheid onbereikbaarder dan ooit wordt.

Het besef hiervan is vrijheid, vrijheid van weten dat we anders moeten zijn.

Een beter mens willen worden

Letting it flower. Een bepaald gevoel, jaloezie, angst, wat dan ook, is de werkelijkheid. Je enige toegang tot het wonder ‘werkelijkheid’ is voelen van dat gevoel; dat is je enige mogelijkheid om niet uit gedachten te bestaan. Eraf willen, een beter mens willen worden, is de glorificatie van je onwil of onvermogen om te zijn wie je bent, de glorificatie van het bedachte alternatief.

Ik-inkomsten

Aansluiting vinden bij de eigen, diepste belevingsgrond, of bij het algemene, het erkende, de schema’s waaruit de ik-inkomsten vloeien. Een kunstenaar kan op zijn zwakke momenten wel ambitieus zijn, maar niet op zijn werkelijk creatieve momenten.