Ruilen

Het leven valt me soms ontzettend zwaar. Niet te tillen. Wie dat toegeeft, stelt het kostbaarste wat hij heeft, zijn benijdenswaardigheid, in de waagschaal. Is de waarde van het ik, mijn waarde, niet gelijk aan de verkoopbaarheid van mijn leven? Een zwaartillend leven raak ik aan de straatstenen niet kwijt.

Maar ik bedoelde het zo-even niet vergelijkend. Ik wil met niemand ruilen. O, o. Is dat wel waar? Hoe kan ik dat beoordelen? Ben ik toevallig toch het beste af van alle mensen? Moet ik dat geloven? En wat zou dat inhouden: ‘met iemand ruilen’? Wat neem ik over? Zijn huis, zijn vrouw, zijn ideeën, zijn uiterlijk? Alles? Wat is er dan ‘geruild’? Pas als ik iets uit mijn oude leven mee mag nemen, verandert er iets. Maar dan is het zijn leven niet meer, dat ik leef en beoordeel, maar mijn leven (met mijn ideeën) in zijn omstandigheden (huis, vrouw, werk). Dus iets totaal anders.

Dus laat ik niet meer zeggen: ‘Ik wil met niemand ruilen’. Het betekent niets. En omdat dit zo’n prachtig soort inzicht is, typisch Henk, wil ik met niemand ruilen.

Een eigenschap waar we vanaf proberen te komen

Waarom wordt een eigenschap waar men vanaf probeert te komen erger?

De eigenschap waar we zo de pest aan hebben is onderdeel van het denk-zelf, van wat we menen te moeten zijn. De redenen die we voor dit denk-zelf hebben, zijn grotendeels diep onbewust – daardoor menen we van bepaalde onderdelen ervan af te kunnen willen.

Onze zuinigheid bijvoorbeeld berust op diepe angsten. Wanneer we nu wat royaler proberen te worden, is dat altijd weer een nieuwe pose, een onderschatting van onze noodzaak om zo te zin als we blijken te zijn. Het nieuwe gedrag is nog veel oppervlakkiger geworteld dat het oude, nog veel hypocrieter. We geloven er nog minder in, moeten ons veel meer geweld aandoen om het waar te maken. Door deze uiterlijke komedie wordt de eronder liggende zuinigheid extra waar en onaantastbaar, zodat echtheid onbereikbaarder dan ooit wordt.

Het besef hiervan is vrijheid, vrijheid van weten dat we anders moeten zijn.

Een beter mens willen worden

Letting it flower. Een bepaald gevoel, jaloezie, angst, wat dan ook, is de werkelijkheid. Je enige toegang tot het wonder ‘werkelijkheid’ is voelen van dat gevoel; dat is je enige mogelijkheid om niet uit gedachten te bestaan. Eraf willen, een beter mens willen worden, is de glorificatie van je onwil of onvermogen om te zijn wie je bent, de glorificatie van het bedachte alternatief.